Veelgestelde vragen over de nieuwe pensioenregeling
Op 1 juni 2026 zijn we over gegaan op de nieuwe pensioenregeling. Hierdoor zijn er enkele dingen veranderd. Maar wat is er precies veranderd? En wat is er hetzelfde gebleven? We zetten de veel gestelde vragen – en onze antwoorden – voor u op een rij.
Algemene vragen
In de nieuwe pensioenregeling bouwt u een kapitaal op voor uw pensioen. We noemen dit uw pensioenvermogen. Iedere maand groeit uw pensioenvermogen door de inleg van u en uw werkgever aangevuld met de opbrengsten uit beleggingen. Als u met pensioen gaat, ontvangt u uit uw pensioenvermogen elke maand een pensioen zolang u leeft.
Alle pensioenfondsen moeten uiterlijk op 1 januari 2028 over naar een nieuwe pensioenregeling. Pensioenfonds PostNL heeft besloten om op 1 juni 2026 over te gaan.
Het bestuur beslist samen met de werkgever PostNL en vakbonden over de solidariteitsreserve. Dat is een buffer voor mindere tijden. Daarmee kunnen we de pensioenen aanvullen in tijden dat het niet goed gaat met de economie. We hebben afspraken gemaakt over hoe de reserve wordt gebruikt en aangevuld en hoe hoog de reserve maximaal mag zijn.
We willen niet dat uw pensioen ieder jaar te veel verandert. Daarom houden we een reserve aan. Als de beleggingsresultaten goed genoeg zijn, gaat een klein deel naar de reserve. Iedereen betaalt hieraan mee. Als we verwachten dat uw pensioen omlaaggaat, gebruiken we een deel van onze reserve om een daling op te vangen. Uw pensioen gaat hierdoor minder snel omlaag. Uw pensioen gaat pas omlaag als we onvoldoende reserve over hebben. Ook als u nog pensioen opbouwt, kunnen we de reserve gebruiken als uw pensioenvermogen sterk daalt.
Een deel van de opbrengsten uit beleggingen gaat naar de reserve. Dat geldt voor iedereen: jonge werknemers, oudere werknemers en ook pensioengerechtigden. Dit verandert niet door de vergrijzing.
Het uitgangspunt van de nieuwe regeling is: net zo goed of beter. Voor collega’s die tijdens hun dienstverband overgingen van de ene regeling naar de andere, ontstaat er een verschil in de pensioenopbouw. We geven u een voorbeeld:
- Teun is nu 55 jaar en is sinds zijn 25e in dienst bij PostNL.
- Gedurende die 30 jaar heeft hij ieder jaar ongeveer evenveel pensioen opgebouwd.
- Maar in de nieuwe regeling bouw je meer op als je jong bent en minder als je ouder bent. Teun gaat de komende jaren dus minder opbouwen dan voorheen, maar heeft in zijn jonge jaren die hoge opbouw niet gehad.
- Teun gaat hierdoor in totaal minder pensioen opbouwen dan waar hij eerst op had gerekend.
Het pensioen dat Teun in de jaren tot zijn pensioen nog kan opbouwen is minder geworden en daarvoor is compensatie nodig. PostNL en de vakorganisaties hebben afspraken gemaakt hoe collega’s die door deze overgang geraakt worden, gecompenseerd worden. Hoe hoog de compensatie is, verschilt per persoon. Of en hoeveel compensatie u ontvangt, vindt u op het transitieoverzicht dat u in mei 2026 heeft ontvangen. Teuns verwachte pensioen gaat daardoor niet omlaag.
U houdt uw pensioen. Wij, Pensioenfonds PostNL, zijn een stichting en staan los van de werkgever PostNL. De werkgever kan niet bij de pensioenen. Daarom blijft uw pensioen bestaan als PostNL stopt of failliet gaat.
Nee, dat is niet mogelijk. U bouwt alleen pensioen op in de nieuwe pensioenregeling. Het al opgebouwde pensioen hebben we omgezet naar pensioen volgens de nieuwe regeling. Dit heeft een aantal voordelen:
- We blijven samen de risico’s delen. Zo kunnen we financiële tegenslagen opvangen. Dat werkt alleen als we het samen blijven doen.
- We maken minder kosten door met één regeling te werken. Want dan hoeven we niet twee pensioensystemen in de lucht te houden. Dit geld kunnen we dan weer gebruiken voor een goed pensioen.
- Het is makkelijker om voor iedereen dezelfde pensioenregeling te gebruiken. Er bestaan dan geen verschillende regels naast elkaar. Daarmee voorkomen we dat u over twee pensioenregelingen informatie krijgt. Dat zou namelijk een helder inzicht in uw pensioen ingewikkeld maken.
Heeft u pensioen opgebouwd bij een andere werkgever? Dan kunt u dit pensioen meenemen naar Pensioenfonds PostNL. Dat heet waardeoverdracht. Of dit verstandig is, hangt af van uw persoonlijke situatie. Vergelijk de pensioenregelingen met elkaar. U ziet dan wat de verschillen zijn. Natuurlijk kunt u bij vragen ook altijd contact opnemen. Wij helpen u graag.
Vragen over beleggen
We spreiden onze beleggingen in verschillende beleggingsfondsen. Zo spreiden we ook het risico van beleggen. Een overzicht van onze beleggingen vindt u in onze look through. Een van onze uitgangspunten is dat we het geld verantwoord beleggen. Daarom houden we bij al onze beleggingsbeslissingen rekening met duurzaamheid en duurzaamheidsrisico’s. Lees meer over waarin we beleggen.
Nee, dat kan niet. We bouwen samen pensioen op, we beleggen samen en delen de risico’s. Wel is voor u duidelijker wat u zelf heeft opgebouwd. En hoeveel premie u inlegt. Ook vragen we iedereen met een pensioen bij Pensioenfonds PostNL elke 3 jaar hoeveel risico ze willen en kunnen nemen. Met die informatie beslissen we of het beleggingsbeleid nog past.
Hoe ouder u wordt, hoe minder risico wij nemen. Is uw pensioendatum nog ver weg? Dan nemen we meer risico voor u, omdat de kans dan groter is op hogere opbrengsten. En valt het even tegen? Dan is er nog genoeg tijd om dat te herstellen. Komt uw pensioendatum dichterbij? Dan nemen we minder risico voor u. Uw pensioen groeit misschien wat minder hard, maar u heeft wel meer zekerheid.
Vragen over partnerpensioen
In de oude regeling kreeg uw partner 63% van uw ouderdomspensioen als u kwam te overlijden vóórdat u met pensioen ging. Kwam u te overlijden als u al gepensioneerd was? Dan kreeg uw partner het partnerpensioen dat u op de pensioendatum koos.
In de nieuwe pensioenregeling is dat anders:
- Als u overlijdt voordat u met pensioen gaat, is uw partnerpensioen 26% van uw laatstverdiende salaris. In de oude regeling was dat een percentage van het ouderdomspensioen.
- Komt u te overlijden als u al gepensioneerd bent? Dan is de uitkering voor uw partner een percentage van uw pensioen. Hoe hoog dit percentage is, kiest u zelf als u met pensioen gaat. Verder krijgt uw partner in de nieuwe regeling het partnerpensioen dat u al opbouwde voor de overstap naar de nieuwe regeling.
Bent u op dit moment gepensioneerd? Dan blijven de keuzes die u maakte voor uw partnerpensioen staan.
Nee, wij hebben de Anw-regeling vervangen door een vrijwillig tijdelijk partnerpensioen. Kiest u hiervoor? Dan krijgt uw partner als u overlijdt een uitkering tot zijn of haar AOW-leeftijd. Iedereen kan nu kiezen voor tijdelijk partnerpensioen. U hoefde hiervoor dus niet mee te doen met de Anw-regeling. Werkte u vóór 1 juni 2026 bij PostNL en wilt u tijdelijk partnerpensioen verzekeren? Vraag dit dan aan vóór 1 december 2026.
Vragen rondom pensioneren
Uw pensioen ging mee naar de nieuwe pensioenregeling en werd omgezet in een pensioenvermogen. Veel dingen blijven hetzelfde. U krijgt nog steeds elke maand pensioen zolang u leeft. Ook de keuzes die u maakte toen u met pensioen ging blijven hetzelfde. We focussen op zekerheid en we proberen uw pensioen, net als eerder, zelden of nooit te verlagen. En net als eerder past Pensioenfonds PostNL de uitkering één keer per jaar aan.
U kunt verschillende keuzes maken voor uw pensioen. Welke keuze u ook maakt: we begrijpen dat u precies wilt weten hoeveel pensioen u krijgt in uw situatie. Op onze website kunt u in onze pensioenplanner alle keuzes ontdekken die u heeft voor uw pensioen. U ziet in de pensioenplanner ook uw totale pensioenvermogen.
Volgens de cao van PostNL stopt uw arbeidsovereenkomst automatisch als u de AOW-leeftijd bereikt. Maar PostNL kan u daarna een nieuwe arbeidsovereenkomst aanbieden. Zolang u in dienst bent bij PostNL, blijft u pensioen opbouwen tot uw 68ste. Op uw 68ste moet u met pensioen.
Ja, in de nieuwe regeling mag u ook eerder met pensioen. U kunt uw pensioen laten ingaan vanaf uw 60ste. Veel mensen gaan rond hun AOW-leeftijd met pensioen. U kunt niet later dan uw 68ste met pensioen.
Vragen over arbeidsongeschiktheidspensioen
Ja, dat kan vanaf uw 60ste. Maar het pensioen dat u krijgt wordt verrekend met uw uitkering. In de pensioenplanner ziet u welk bedrag u iedere maand krijgt als u eerder met pensioen gaat. Neem ook contact op met het UWV. Zij kunnen uitleggen wat dit voor uw uitkering betekent.
In de nieuwe pensioenregeling bouwt u nog steeds pensioen op zolang u arbeidsongeschikt bent. Uw arbeidsongeschiktheidspensioen ging ook over naar de nieuwe regeling. De hoogte van uw pensioen beweegt mee met de economie. Als het goed gaat met de economie, gaan de pensioenen omhoog. Gaat het slechter met de economie? Dan is er een kans dat uw verwachte pensioen omlaaggaat. Maar daarvoor hebben we de solidariteitsreserve. Met deze reserve kunnen we de pensioenen stabiel houden. Een voorwaarde is wel dat er genoeg geld in de solidariteitsreserve aanwezig is. Is er te weinig reserve? Dan kunnen de pensioenen omlaaggaan.
Het nabestaandenpensioen, ook wel partnerpensioen, berekenen we op basis van het salaris dat u verdiende voordat u arbeidsongeschikt werd. Uw partner krijgt in de nieuwe regeling 26% van uw laatstverdiende salaris als u komt te overlijden. Heeft u voor de overstap naar de nieuwe regeling al partnerpensioen opgebouwd? Dan krijgt uw partner dat ook.
Meer weten over de nieuwe pensioenregeling?
Bekijk onze themapagina over de nieuwe pensioenregeling.